Gelukkig ben ik een optimist!

We spreken met de Waddinxveens Conny (73 jaar) die zorgt voor haar echtgenoot Paul en vrijwilligerswerk doet in het Anne Frank Centrum.

Conny vertelt: “Paul is 14 jaar ouder dan ik. Hij heeft al jaren last van hartfalen, maar de laatste 2 jaar gaat hij echt achteruit. Doordat hij ook fysiek steeds afhankelijker wordt, heeft hij nu dagelijks hulp nodig bij douchen en aankleden.

Dit doen we samen, we hebben geen hulp van buitenaf. De douche hebben we onlangs helemaal aangepast en dat is fijn. Door Paul zijn beperkingen wordt ook zijn (familiaire) aanleg voor neerslachtige stemmingen versterkt. Dat gaat veelal gepaard met angst. Hij durft en kan steeds moeilijker alleen thuis zijn en ik kan daardoor niet meer zo lang van huis.” “Ik ken Conny al sinds ze in de wieg lag”, vertelt Paul met een brede grijns. “Ik was 14 jaar toen ik bij haar ouders in de winkel naar het pasgeboren meisje kwam kijken. Ik vond haar zo leuk dat ik er toen gelijk maar een sticker met ‘gereserveerd’ heb opgeplakt.”

NIET AAN TOE OM TE STOPPEN MET MIJN VRIJWILLIGERSWERK

Conny vertelt dat hij er nooit genoeg van krijgt dit verhaal te vertellen. Inmiddels zijn ze al meer dan 50 jaar getrouwd en nog steeds gelukkig met elkaar. Conny is al jaren vrijwilliger achter de bar bij het Anne Frank Centrum. Hier staat zij minstens 2 x per week. “Het is een leuke job en het is fijn om onder de mensen te zijn. Ik mis mijn vrijwilligerswerk nu wel, met name de contacten met de mensen” vertelt Conny. “Aan de andere kant hoef en moet ik nu niets. Dat ervaar ik ook wel weer als prettig. Het voelt minder hectisch en stressvol, maar dat komt ook door de vele medische afspraken die we normaliter hebben.”

“Wat wel duidelijk is geworden de afgelopen periode, is dat ik niet meer de avonden weg wil en kan zijn. Dat trekt Paul niet meer, het geeft teveel onrust. Hij zou het liefst zien dat ik helemaal stop, maar daar ben ik nog niet aan toe. Ik heb het nodig om af en toe mijn eigen gang te kunnen gaan. Mijn collega’s hebben gelukkig alle begrip voor de situatie en steunen mij in mijn keuze.” Paul is niet angstig als het gaat om Corona. Hij heeft zijn zaakjes goed geregeld samen met Conny en de huisarts. Conny is wel extra voorzichtig, omdat Paul echt niet meer alleen kan zijn.

IK KAN NIET ZIEK WORDEN

Conny: “Ik kan het me niet veroorloven om ziek te worden. Ik regel de boodschappen online en ook de buurvrouw haalt regelmatig boodschappen voor ons. Ik vind het maar niets om hulp te vragen, maar het gaat me gelukkig wel steeds makkelijker af. Ik ben veel dingen aan het leren, ik leer ook steeds beter dat Paul zijn brein anders werkt. Daar krijg ik goede tips en adviezen voor.
Hoe duidelijker ik ben naar Paul, hoe rustiger hij is. Eén activiteit buitenshuis op een dag kan ik doen. Maar normaal gesproken ben ik altijd overal voor in, wil vaak nog even dit of even dat, maar dat kan echt niet meer. Dat mis ik wel heel erg!”

Terwijl Conny dit zegt, lijkt er direct een soort paniek in Pauls ogen naar voren te komen. Conny ziet dat ook en vertelt rustig verder: “Spontaan dingen doen zit in mijn aard, ik ben een optimist. Gelukkig maar, want Paul heeft mijn optimisme nodig om zich aan op te trekken. Dat is niet altijd makkelijk, maar we redden het wel zo samen. “Ik zal altijd voor je zorgen”, zegt ze met een dikke knipoog naar Paul. “Jij gaat echt nergens heen!”. Paul zijn blik verandert en lijkt weer gerustgesteld.

GELUKKIG BIJGEBLEVEN

“Ik verveel me niet nu ik zo vaak thuis ben. Eigenlijk vind ik het stiekem wel lekker rustig, het geeft minder stress. Ik denk ook steeds vaker: Waar maak ik me nou eigenlijk druk om? Mijn huis is schoon, we hebben alles wat we nodig hebben, zodra het zonnetje schijnt zitten we op het balkon met uitzichten tot aan Zoetermeer. Ik bel en app regelmatig met vrienden en kennissen.

Ik ben zo blij dat ik ben bijgebleven met de smarttelefoons, anders had ik nu echt onthand gezeten. Wel mis ik onze neef Marcel. Hij is kind aan huis en staat altijd voor ons klaar. Uit bescherming voor ons komt hij nu niet langs, maar we hopen hem wel snel te zien. Verder sport ik nu niet, ik zou dat eigenlijk voor mijn gezondheid wel weer willen. Wat ik ook heel leuk vind is
het ThuisPalet, een manier van Palet Welzijn om ons toch een beetje te vermaken met verhalen, tips, gedichten en puzzels. Ik kijk al uit naar de volgende. En onlangs heb ik ook nog zomaar een boeket tulpen ontvangen van Connect & Share, om me een hart onder de riem te steken. Wie mij daarvoor heeft aangemeld weet ik niet, maar ik vond het echt superleuk!

CONNY’S TIP:

“Stel jezelf de vraag: Waar maak ik me nu eigenlijk druk om? Het geeft mij vaak wel wat lucht. Maar me helemaal nergens meer druk om maken lukt ook niet hoor!”, zegt ze met een dikke knipoog!